Manja – Anna Gmeyner

Manja Boek omslag Manja
Anna Gmeyner
Oorlogsroman
Cossee
27 mei 2015
Paperback
480
Jantsje Post

 

Manja opent gedurfd met het verwekken van vijf kinderen. Hun ouders zijn wanhopig, brutaal, romantisch of achterdochtig, in slaapkamers die net zo verschillend zijn als de dromen van de mensen erin.
De roman volgt de kinderen die elkaar dagelijks ontmoeten op een verlaten ruïneterrein. De vier jongens en Manja moeten dit paradijs voortdurend verdedigen tegen het geweld van 'Klasse' en 'Rasse', van domheid en nijd. Manja neemt het voortouw en slaagt erin de vriendengroep bij elkaar te houden. Tot hun vriendschap in 1933 zwaar op de proef gesteld wordt, omdat Manja en Harry opeens niet meer 'raszuiver' zijn. Twee van de jongens worden door hun ouders gedwongen bij de Hitlerjugend te gaan, de vader van een ander wordt als gevaarlijke communist bestempeld en is op een dag plotseling verdwenen. Door de problemen van hun ouders - die zich wel of niet bij Hitler moeten aansluiten -, worden de kinderen ook gedwongen een keuze te maken.
Net zo kleurrijk als Hans Fallada vertelt Anna Gmeyner over mensen en hun hoop en verwachtingen aan de vooravond van het Derde Rijk. Met zijn indrukwekkende en nietsontziende beschrijvingen van het Duitse dagelijkse leven, met zijn poëzie en zijn sprankelende dialogen, betovert Manja ook vijfenzeventig jaar later nog iedere lezer.


Beklemmende, indrukwekkende en gelaagde exilroman

Anna Gmeyner is in 1902 in Wenen geboren als kind van liberale Joodse ouders. Al op jonge leeftijd verwierf zij een zekere bekendheid en een behoorlijke reputatie met haar toneelstukken, romans en andere producties. Na wat omzwervingen door Europa belandde zij uiteindelijk in Berlijn, een stad waar zij zich thuis voelde, een stad die het epicentrum was van de Duitse theaterwereld.
De opkomst van het nazisme noopte haar deze stad te ontvluchten. Aanvankelijk verbleef zij in Parijs, vanaf 1934 woonde zij in Londen. Terwijl haar werk in Duitsland door het nazibewind in de ban werd gedaan werkte zij in het buitenland verder aan haar oeuvre.
In Londen schreef Anna Gmeyner haar eerste exilroman, Manja, dat in 1938 is uitgebracht.

Manja begint met een intrigerende korte inleiding die zich aan het slot van het verhaal afspeelt, een scène die niets van de plot weggeeft, maar die je wel gelijk het verhaal intrekt
Het boek is verder chronologisch en begint met het schetsen van de omstandigheden waarin de vijf kinderen die de hoofdrol in dit boek spelen zijn verwekt. Dit doet Anna Gmeyner op een wijze die de ouders meteen in perspectief zet en een sterke basis vormt voor het vervolg. De rest van het eerste deel beschrijft de omstandigheden waarin de vijf kinderen worden geboren, situaties waarin al de kiem wordt gelegd voor de latere grote vriendschap van de kinderen.

De ouders hebben verschillende achtergronden, zoals een humanistische arts, een joodse winkelier, een vooral falende en hopeloos gefrustreerde fabrieksarbeider die later uitgroeit tot een lokaal nazikopstuk, een nietsontziende zakenman, ploeterende huisvrouwen die soms hun lichaam moeten verkopen om de rekeningen te kunnen betalen. Hun levens worden getekend tegen de achtergrond van een gefrustreerd Duitsland dat zwaar te lijden heeft onder de naweeën van de Eerste Wereldoorlog.
Het is een klimaat waarin de frustraties hun uitweg vinden in het opkomende nazisme, een klimaat waarin zondebokken makkelijk te vinden zijn.

In dat klimaat groeien de kinderen op. Het zijn vier jongens en een meisje, Manja, dochter van Poolse joden die hun heil in Berlijn hebben gezocht. De kinderen ontwikkelen hun vriendschap en vormen een hecht groepje met de vlinderachtige, dromerige, vrolijke en intelligente Manja als stralend middelpunt en bindende factor. Zij komen geregeld samen bij een muur, restant van een gesloopt gebouw, en bouwen daar aan hun eigen kleine universum, hun Utopia.

Naarmate de kinderen opgroeien en zij meer oog krijgen voor hun omgeving en andersom, en zij steeds meer onder invloed raken van de overtuigingen van hun ouders, komt hun vriendschap onder druk te staan. Het opkomende nazisme, de steeds openlijker geventileerde Jodenhaat, de verschuivende machtsverhoudingen, het heeft allemaal zijn invloed op de vijf kinderen. Het lukt het vriendengroepje niet langer om zich af te sluiten van de steeds bozere buitenwereld.
Een dramatische gebeurtenis met Manja in de hoofdrol, de rol van lijdend voorwerp, heeft verstrekkende gevolgen. De kinderen kunnen niet meer met een onbevangen, onschuldige blik naar de buitenwereld kijken:

“de heerlijke poezenmand van de kindertijd is omvergegooid”.

In een klap kijken zij naar die wereld als te vroeg volwassen geworden kinderen, kinderen van wie de jeugd te vroeg is afgenomen maar die er nog niet geheel afstand van kunnen doen,

“Ze waren al te groot voor kinderspelletjes, maar toch zetten ze voor een paar heerlijke ogenblikken een gruwelijk bitter stuk leven om in een spel en stalen zo van het leven terug wat het hun had afgepakt”.

Manja is een belangwekkend boek om meerdere redenen. De vorm is bijzonder omdat het een dubbele laag heeft, het volgt de levens van de ouders en tegelijk op een ander niveau dat van de kinderen.
Het vertelconcept is fascinerend en beschrijft op fraaie wijze de invloed van de handeling in de wereld op het dagelijks leven.
De stijl is heel indringend, met beeldende scènes en is heel beklemmend, de dreiging van het opkomende nazisme is voelbaar.
Anna Gmeyner beheerst het schrijven in meerdere stijlen: de delen waarin de volwassenen de aandacht opeisen zijn volwassen beschreven, de delen waarin de kinderen de hoofdrol hebben zijn op heel natuurlijke wijze beschreven alsof er kinderen aan het woord zijn.

Manja is een boek dat duidelijk maakt dat het onmogelijk is om te stellen dat de mensen in Duitsland in die periode de ontwikkelingen niet hebben gekend, er niets van hebben geweten. Dit boek is nota bene in 1938 al uitgebracht door iemand die de ontwikkelingen alleen maar van afstand, vanuit Londen, kon volgen. Het “Wij hebben het niet geweten” is daardoor onmogelijk vol te houden.

Ten slotte kun je je afvragen waarom het boek pas in 1984 in Duitsland is uitgegeven. Misschien dat eerdere publicatie te confronterend zou zijn, misschien ook om de meelopers en wegkijkers uit de beschreven periode niet te beroven van datgene wat zij zichzelf hebben aangepraat, een manier om de rest van hun leven mee door te kunnen komen, de valse illusie dat ze het niet hebben geweten.

Manja is een beklemmend secuur verslag van het verval van de beschaving, een hartverscheurend boek dat door de gekozen perspectieven, de meerdere lagen en het uitzonderlijke schrijftalent van Anna Gmeyner, een verpletterende indruk maakt.

Share

Geef een reactie