De thigmofiel – Midas Dekkers

De thigmofiel Boek omslag De thigmofiel
Midas Dekkers
Non-fictie
Atlas Contact
11 december 2015
Paperback
124

 

Het is de plezierige tegenhanger van claustrofobie: thigmofilie, de liefde voor de kleine ruimte, het verlangen naar geborgenheid, grond onder je voeten, het gevoel dat wegkruipen de beste oplossing is. De kat doet het wanneer hij in zijn kartonnen doos gaat zitten, de kakkerlak die wegschiet tussen spleten in het hout, en de mens, wanneer hij in foetushouding onder zijn dekbed gaat liggen of zich terugtrekt op de wc. Midas Dekkers heeft begrip voor die kat, die kakkerlak, die mens. In een tochtige wereld vol licht, lucht en kale vlaktes, is het goed om je veilig te voelen. Dekkers schrijft en filosofeert met vertrouwde verve over het tastbare geluk op de vierkante meter.

Leuk boek voor tussendoor
Midas Dekkers is een bioloog met een voor gewone stervelingen lichtelijk dwarse kijk op de mensen- en dierenwereld en de manier waarop mensen met dieren omgaan en erop reageren. Hij doet daar graag verslag van in radio- en televisieprogramma’s en in gedrukte media. Inmiddels heeft hij ook al een flinke boekenproductie op zijn naam staan. De thigmofiel is zijn meest recente titel.

Thigmofiel is een samentrekking van filie, houden van, en van thigmos, aanraking. Het betekent verlangen naar geborgenheid, de behoefte aan een begrensde ruimte, die door die begrenzing veilig lijkt. De tastzin is daarvoor heel belangrijk, het is het eerste zintuig dat wordt gebruikt, weliswaar onbewust, door de embryo in de baarmoeder. Het houdt pas op in de grafkist die het liefst zoveel mogelijk passend wordt gemaakt; er bestaan zelfs mensen die gaan proefliggen. Het lichaam moet zich na het overlijden blijkbaar ook nog in een begrensde ruimte bevinden, althans volgens de psyche van de (nog) levende mens.

In alle fasen van het leven manifesteert die behoefte aan geborgenheid zich. Een baby die het liefst zijn hand om een vinger sluit voelt zich veilig, een kind dat bang is kruipt het liefst veilig onder de dekens, de volwassene put de meeste troost uit de warme omhelzing van een dierbare. En denk maar niet dat thigmofilie tot de mens beperkt blijft. Weekdieren voelen zich veilig in hun stevige omhulsels (maar zijn dat in de praktijk niet voor mensen), struisvogels steken niet voor niets hun kop in het zand.

Midas Dekkers strooit met talloze voorbeelden en filosofeert er lustig op los. Zo vraagt hij zich af of woningen met veel glas in kale woonwijken tot gevolg hebben dat mensen zich moeilijker kunnen verstoppen voor de buitenwereld en daardoor sneller geneigd zijn zich onveilig te voelen. Er zit wel wat in. Doorredenerend: je ziet bij heel wat mensen de behoefte om zich voor enige tijd af te sluiten van de buitenwereld, geen internet, geen nieuws, geen sociale media. Uiteindelijk is dit evengoed een manier om even niets te maken te willen hebben met de buitenwereld.

Zoals te doen gebruikelijk kan Midas Dekkers het niet laten om af en toe zijn dwarse ideeën te spuien, de bioloog pur sang die de mens graag confronteert met zijn inconsequente gedrag. Op licht provocerende toon houdt hij een pleidooi voor de schoonheid van de kakkerlak en de wandluis met als rode draad dat ook deze dieren zich na gedane arbeid graag terugtrekken in hun beschutte hoekjes.
Zijn toon is daarbij altijd enigszins ironisch, je ziet zijn pretogen zo voor je, net als zijn mond met het begin van een glimlach die wordt gecamoufleerd door zijn snor.

Dezelfde glimlach is bij de lezer ook nooit ver weg in dit amusante boek vol wetenswaardigheden, speelse filosofietjes en wijsheden.

De thigmofiel is onmiskenbaar Midas Dekkers. Interessant, humoristisch, vlot geschreven in een lichte stijl. Een prima boek, een hoogst aangenaam tussendoortje, maar net als dat met zijn andere boeken het geval is zal de herinnering niet lang beklijven.

Geef een reactie