Suttree – Cormac McCarthy

Suttree Boek omslag Suttree
Cormac McCarthy
Roman
Arbeiderspers
11 november 2014 (origineel 1979)
Hardcover
480
Harrie Lemmens


Wrang en hard maar toch humoristisch en van een vernietigende schoonheid, dat is Cormac McCarthy's magnum opus Angel (1979), waaraan hij twintig jaar heeft gewerkt. Het is het verhaal van de gedeclasseerden en de havelozen, de zwarte krotbewoners en de verre nazaten van de Saksische clans die ooit golf na golf Amerika overspoelden, en hun waanzinnige maalstroom van religie, hoop, geweld en blinde dronkenschap.

Centraal staat de aan lager wal geraakte Cornelius Suffree. In een woonboot op de Tennessee aan de rand van Knoxville voorziet hij in zijn bestaan door te vissen in dit stinkende riool, dat als een Styx door de stad en het land stroomt. Hij kiest voor een bestaan als rivierrat, en in de roman klinken de stemmen van de 'ratten' met wie hij zich omringt. In een overweldigende stortvloed van beelden schildert McCarthy het beeld van Amerika's zelfkant, een machtig en genadeloos epos vol slemp- en vechtpartijen, sluwheid en tragiek, dood en miserabel leven. Waarbij als motto deze weinig opbeurende woorden van hoofdpersoon Suffree kunnen dienen: 'De menselijke ellende kent geen grenzen, het kan altijd nog erger.' 


Het kan altijd erger
De boeken van Cormac McCarthy gaan meestal over mensen die zich buiten de maatschappij bevinden, al dan niet uit vrije wil. Een uitzondering hierop is De weg, simpelweg omdat er geen maatschappij meer is om onderdeel van te zijn. In dit boek, Suttree, heeft de gelijknamige hoofdpersoon met de voornaam Cornelius zich uit vrije wil begeven in een wereld van outcasts, mensen die leven aan de zelfkant.

In plaats van een min of meer gezapig leventje, huisje boompje beestje, kiest de hoofdpersoon voor een ander bestaan. Hij heeft zijn stekkie gevonden op een woonboot, gelegen aan een smerige rivier nabij Knoxville. De rivier symboliseert het leven van Suttree en zijn lotgenoten; het is het afvoerputje, het open riool van de maatschappij, vol uitwerpselen, afval, kadavers van dieren, zelfs een babylijkje, er komt van alles voorbij.
Die stinkende rivier is desondanks de levensader van Suttree, die in zijn bestaan probeert te voorzien als visser. Het is een permanent gevecht om te overleven in veelal miserabele omstandigheden, met als weinig hoopgevend motto:

“De menselijke ellende kent geen grenzen, het kan altijd erger”

Ondanks zijn zelfverkozen isolement is hij bepaald niet eenzaam. Zijn leefgebied wordt bevolkt door lotgenoten, armoedzaaiers, zuiplappen, vechtersbazen, hoeren et cetera. Tussen hen heerst een bijzondere vorm van solidariteit, lotsverbondenheid.
De vreemdste vogel is de maffe Harrogate. Ooit opgepakt omdat hij zich seksueel uitleefde op watermeloenen. Tijdens zijn gevangenschap maakten Suttree en hij kennis met elkaar. Het werd een merkwaardige band die merkwaardig hecht bleek.

Aan de hand van vooral deze twee personen schildert McCarthy een portret van een bestaan dat de meesten niet zullen (her)kennen. Suttree komt bijvoorbeeld terecht bij een vreemd gezin dat op mossels vist en leeft van de opbrengst van de schelpen. Hij heeft een tijdelijke affaire met een prostituee met wie hij zelfs even een flat betrekt. Verderop in het verhaal wordt hij opgenomen in een ziekenhuis. Het zijn allemaal tijdelijke uitstapjes uit zijn bestaan op de woonboot, hij keert telkens weer terug naar zijn armetierige, doch vertrouwde leventje. Op zijn vertrouwde boot, in de buurt van zijn maatjes, de enige plek waar hij zich op zijn gemak voelt.
De lotgevallen van Harrogate zijn nog merkwaardiger. In de overlevingsmodus verzint hij van alles om aan geld te komen: het vergiftigen van vleermuizen, het systematisch jatten van wisselgeld in telefooncellen zijn enkele hilarische en tegelijk schrijnende voorbeelden.

Suttree is een prachtige schets van het leven aan de zelfkant van de maatschappij. De armoedige omstandigheden en de drang om te overleven worden fraai beschreven, de stank van de uitwerpselen en de geur van verrotting kun je als het ware ruiken. Het is ook een verhaal van trouw, lotsverbondenheid, kameraadschap, liefde. Kenmerken van een bijzondere samenleving die vanaf de buitenkant bekeken vooral wordt bevolkt door weinig verheffend uitschot.

Cormac McCarthy beschrijft hun gevecht om het bestaan in zijn herkenbare, eigen stijl. Sober, emoties blijven op afstand, fraai taalgebruik met bijzondere woorden en uitdrukkingen passend bij de mensen, cynisch, hard, maar bij vlagen ook met de nodige (grimmige) humor. Maar het is bovenal meeslepend; elke keer als je het oppakt is het weer even wennen, maar de prachtige beschrijvingen van de fascinerende gebeurtenissen die de hoofdrolspelers meemaken, het verslavende ritme en de cadans maken het moeilijk om weg te leggen.

Suttree wordt wel zijn magnum opus genoemd. Dat is iets te veel eer. Een aantal van zijn andere boeken heeft vergelijkbare kwaliteiten en aantrekkingskracht als dit werk. Het is eerder een bevestiging van het feit dat McCarthy een uniek fenomeen is.

Ten slotte: de vertaler moet een enorme kluif aan dit boek hebben gehad, de manier waarop het is vertaald is een groot compliment waard.
 

7 gedachten over “Suttree – Cormac McCarthy”

    • Zeker heftig en rauw. Toch zijn sommige andere boeken van hem nog wat rauwer, van deze auteur kan ik dat gek genoeg goed hebben. Heb jij meer van hem gelezen?

        • Ook mijn mening, gruwelijk maar zéér goed. Ik heb vrijwel alles van hem gelezen. Van No country for old men heb ik tevens de film gezien met een prachtrol van Javier Bardem.
          Van Pollock heb ik Knockemstiff gelezen, zijn andere boeken zoals Al die tijd de duivel en De hemelse tafel staan op mijn verlanglijst. In die stijl kan ik trouwens ook Ron Rash aanraden, zoals Serena, en John Fante’s Wacht tot het voorjaar Bandini. Van laatstgenoemde ligt Vraag het aan het stof klaar, een soort vervolg daarop.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit:
Spring naar toolbar