De koning – Szczepan Twardoch

De koning
Szczepan Twardoch
Roman
Nieuw Amsterdam
2019
Paperback
336
Charlotte Pothuizen
9789046825259

 

Een roman als een bokswedstrijd

Al voordat De koning van Szczepan Twardoch begint is duidelijk dat het om een roman gaat vanuit Joods perspectief. De zes hoofdstukken volgen het Hebreeuws alfabet. Het speelt zich hoofdzakelijk af in Warschau, enkele jaren voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De belangrijkste persoon is een bokser. Het leest als een bokswedstrijd. Hard, enerverend, wisselende kansen met als belangrijkste aspect: vergeet nooit je dekking. Dat geldt ook voor dit boek, waarbij het laatste aspect kan worden ingewisseld voor altijd alert blijven. Voordat je het weet heb je iets gemist.

Bokswedstrijd zet de toon

De koning opent ook met een bokswedstrijd. De jonge Mojsje Bernstein is toeschouwer bij een boksgala. Het hoogtepunt is de wedstrijd tussen twee zwaargewichten, de Jood Jakub Shapiro en de man die eruit ziet als een Arische halfgod, Andrzej Ziembiński. Rond de ring hadden zich twee Warschaus verzameld die elkaar vreemd waren. De omstandigheden en het gevecht tussen deze twee blijken een voorafschaduwing van de rest van het boek. Het is een perfecte openingsscène, de toon is gezet.

Ook in ander opzicht is het begin perfect. Het zet je op het verkeerde been en dat zal vaker gebeuren. Shapiro lijkt kansloos maar de rollen worden omgedraaid. Hij lijkt de glorieuze winnaar maar is in het leven buiten de ring een genadeloze crimineel. De jonge Mojsje is gefascineerd door Shapiro en beseft, terugkijkend: “later ben ik van Shapiro gaan houden, wilde ik Jakub Shapiro worden.” Het is diezelfde Shapiro die de vader van Moisje heeft afgemaakt omdat hij een lening niet kon terugbetalen aan de woekeraar voor wie hij het vuile werk opknapte.

Het grootste deel van De koning speelt zich af in het gewetenloze Joodse criminele circuit. Evenzeer verwarrend omdat je gezien tijdstip en de kennis van nu gewend bent om Joden als (aanstaande) slachtoffers te beschouwen. Geregeld schoot mij een ontregelende zin uit een show van Hans Teeuwen te binnen: “Mensen praten altijd wel over de Joden enzo, terwijl eh nou die Duitsers dat waren ook geen lieverdjes hoor.” Zo ontregelend is dit boek ook. De Joden in dit boek zijn zulke smeerlappen dat je ze van alles toewenst, zelfs een soort van genoegdoening voelt als ze worden aangepakt, hun verdiende loon krijgen. In het besef van wat zich een paar jaar later zou voltrekken is dit verwarrend. Heel verwarrend.

Nog meer verwarring

In nog een opzicht is De koning verwarrend. Dat betreft de verteller. Het is geschreven vanuit het perspectief van de inmiddels gepensioneerde generaal Moisje Bernstein, die blijkbaar ook onder andere namen heeft geleefd. Hij kijkt terug op die veelbewogen jaren in zijn jeugd, vijftig (of dertig?) jaar geleden, maar altijd is daar twijfel over de betrouwbaarheid van zijn herinneringen. “Misschien zei hij dat helemaal niet zo.” “Dus misschien herinner ik het me verkeerd. Maar ik weet het zeker.”

Wat niet verwarrend is dat is het realistische gehalte van deze roman. Het voelt alsof de schrijver precies weet waarover hij het heeft, de sfeer aanvoelt alsof hij het zelf heeft beleefd, terwijl dat gezien zijn leeftijd niet kan. De personages zijn geloofwaardig, net als de sfeer in aanloop naar de Tweede Wereldoorlog. Het geweld en het gewetenloze gedrag voelt realistisch. De opkomst van de nazi-sympathisanten en de oplaaiende strijd is herkenbaar.

Toch is er ook een magisch element aan toegevoegd. Het gaat om Litani, de potvis, het alles verslindende monster dat als een schaduw over alles heen hangt. Een mooie vondst.

De koning is een intense vertelling. Af en toe moet je even naar adem happen, zoals een pauze in een bokswedstrijd. Dan wil (of moet?) je snel weer door naar de volgende ronde. Het einde moet en zal gehaald worden, opgeven is geen optie. Daarvoor is het veel te fascinerend.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: