Er gaat niets boven Zweden – Gerrit Jan Zwier

Er gaat niets boven Zweden Boek omslag Er gaat niets boven Zweden
Gerrit Jan Zwier
Reisverhaal
Atlas Contact
1 april 2015
Paperback
189

 

Zweden is gezegend met adembenemende landschappen, zowel in het hoge noorden als in het zuiden, een rijke geschiedenis aan kunst en cultuur en vriendelijke bewoners. Om het land in al zijn glorie te leren kennen liet Gerrit Jan Zwier zich leiden door twee ideale gidsen: op het land door de naturalist Carolus Linnaeus (1707-1778) en in de lucht door Nils Holgersson, de hoofdpersoon uit Nils Holgerssons wonderbare reis van Selma Lagerlöf (1858-1940). Beiden zijn als reizigers uit het goede hout gesneden: ze zijn nieuwsgierig en hebben een onderzoekende geest. Vanuit deze twee perspectieven maakt de lezer kennis met de schoonheid van Zweden, van Skåne tot Lapland en van Dalarna tot Gotland en Öland.


Onderhoudend reisboek

Gerrit Jan Zwier is antropoloog en geograaf en auteur van een flink aantal reisboeken, vooral over het noordelijk deel van Europa. In Er gaat niets boven Zweden treedt hij in de voetsporen van Linnaeus, een invloedrijk wetenschapper uit de 18e eeuw en volgt hij ook deels het traject uit Nils Holgersons wonderbare reis, een prachtig jeugdboek van Selma Lagerlöf.

Er gaat niets boven Zweden is niet een klassiek reisboek met een bepaald doel of traject voor ogen. Integendeel, hij gaat kriskras door het land en gaat van het uiterste zuiden naar het noordelijkste puntje van Zweden. Om een beeld te schetsen: dat is een afstand van ruim 2.000 kilometer, die als die per auto wordt afgelegd vooral over tweebaanswegen gaat met een maximumsnelheid van meestal 90 kilometer. Met andere woorden: je doet hem dat niet even na.

De meeste reizigers naar Zweden, vooral vakantiegangers, komen niet verder dan het zuidelijke kwart van het land, zeg maar tot net boven de twee grote meren. Logisch, want dat is het meest ontwikkelde deel van Zweden als het gaat om bebouwing, verstedelijking, industrialisering en toerisme. Landschappelijk gezien begint het meest interessante deel juist daar pas, met eenzame en uitgestrekte bossen, desolate berglandschappen, toendra-achtige vlakten, en nog veel meer in allerlei variëteiten.

Het is de kracht van dit boek dat alle landsdelen wel onder de aandacht worden gebracht. Het begint met de grote vogelkolonies die zich in het zuidwestelijke puntje van Zweden opmaken voor de trek naar warmer oorden. De reis gaat ook naar Jokkmokk, in het hele hoge noorden, maar ook naar allerlei belangrijke en interessante plaatsen daartussenin.

Het boek is net zo gevarieerd als Zweden. Voor natuurliefhebbers en biologen is er in Zweden van alles te beleven en te onderzoeken. Zwier schrijft met zichtbaar plezier over en de gevarieerde flora en fauna, waarbij de werken van Linnaeus deels een leidraad zijn.

De geschiedenis komt in beperkte mate ook aan bod evenals mythologie, en natuurlijk ook de voor Zweden kenmerkende bijzonderheden zoals het midzomerfeest In mei), de ronduit ranzige gefermenteerde haring (surstromming), smorgasbord, gravad lax (zalm met dille) en de jaarlijkse elandenjacht waarbij een kwart van de populatie van circa 400.000 wordt afgeschoten en wat in Zweden blijkbaar iets is waar een groot deel van de bevolking naar uitkijkt.

Het is een boek dat vlot leest en erg informatief is, ook voor degenen die Zweden al één of meerdere malen bezocht hebben. Het boek beslaat echter nog geen 200 pagina’s en dat is dan ook meteen het grote manco: het blijft nogal oppervlakkig. De auteur benoemt veel, doch in het algemeen blijft het daar ook bij.

Dat zorgt voor een ambivalent gevoel. Als kennismaking of verbreding van de kennis over Zweden is het erg geslaagd, de stijl is onderhoudend en bij vlagen vermakelijk, doch door het gebrek aan diepgang en historische context is het wel een erg oppervlakkig boek.

Share

Geef een reactie