Oliver Twist – Charles Dickens

Oliver TwistFascinerend, ook na bijna twee eeuwen

Je zou Oliver Twist met enig recht een vorm van wraakneming kunnen noemen door Charles Dickens. Nadat hij in zijn eerste jaren was opgegroeid in de betrekkelijke rust van een middenklasse gezin, werd dat opeens anders toen de financiële situatie van het gezin veranderde. Vader belandde in de gevangenis, net als enkele andere familieleden, en de kleine Charles werkte vanaf zijn tiende in een schoensmeerfabriek in omstandigheden waar de gemiddelde sweatshop gunstig bij afsteekt. Hij wist zich uit die omgeving te bevrijden, hij wist zich op te werken en kwam in de journalistiek terecht. In zijn tweede boek, na zijn debuut De Pickwick Papers, heeft hij ruimschoots kunnen putten uit eigen ervaringen.

Ellendige jeugd

In hoofdlijnen zal het verhaal wel bekend zijn. Er zijn (volgens Goodreads) meer dan 10.000 edities van verschenen, het is meermaals verfilmd en er is een musical van gemaakt.

Een hoogzwangere vrouw klopt aan bij een armenhuis. Zij is uitgeput, haar kleding is versleten en zij staat op het punt te bevallen.

“En in dit armenhuis werd een stukje sterfelijkheid geboren waarvan de naam voorkomt in het opschrift van dit hoofdstuk.”

Vlak na de bevalling overlijdt zij, nadat zij nog net even het hoofd van haar baby heeft kunnen aanraken. Het zal gedurende vele jaren het enige moment zijn dat iemand enige genegenheid toont jegens hem. De gemeentebode die verantwoordelijk is voor de dagelijkse gang van zaken in het armenhuis, Bumble, noemt hem Twist, omdat hij de naamloze jongens op alfabetische volgorde van een achternaam voorziet, voornaam Oliver.

Als hij negen is, moet Oliver gaan werken en de gemeente doet hem in de aanbieding. Degene die vijf pond voor hem over heeft, mag hem hebben. De plaatselijke uitvaarder die het stervensdruk heeft wegens alle sterfgevallen door armoe en ondervoeding kan wel een handje gebruiken. Oliver belandt van de drup in de regen. Hij krijgt nauwelijks te eten, moet wel hard werken, slaapt onder de toonbank tussen de doodskisten en wordt gepest en mishandeld. Als het getreiter te persoonlijk wordt, reageert hij zich af, het is het enige moment dat hij werkelijk van zich afbijt.

Goed einde

Oliver loopt weg en belandt van de regen in een stortbui. Op zijn vlucht naar Londen ontmoet hij een kleurrijke praatjesmaker met de prachtige bijnaam Artful Dodger. Terzijde: dat is de naam van een popgroep en die naam is mij altijd bijgebleven, wegens bijzonder. Eindelijk heb ik nu de herkomst van die naam te pakken. Oliver komt in een dievenbende in de goorste achterbuurten van Londen terecht. Dat is nou eenmaal zijn lot, maar het positieve hieraan is dat hij in de aandacht komt van degene die hem, na veel omwegen, tegenslagen en gedoe, uit die ellende weet te halen.

Gezien de bekendheid van deze geschiedenis verklap ik er niets aan door te stellen dat het aan het einde allemaal goedkomt met Oliver, iets wat ook wel past bij Dickens.

Wat maakt Oliver Twist nou zo goed en waarom is het na bijna twee eeuwen nog steeds uitstekend leesbaar?

Wat minpunten

Laat ik maar met wat mindere punten beginnen. De personages zijn wel erg zwart-wit, ze zijn (heel) goed of (bijzonder) slecht. Slechts een enkeling met een bijrol vertoont wat kleurschakeringen. Neem de hoofdrolspeler Oliver Twist. Hij is van een engelachtige, nauwelijks te verteren goedheid, slim en beschikt over een enorm doorzettings- en incasseringsvermogen. Storend wordt het echter niet en dat komt omdat hij meer de aanjager is van het verhaal dan dat hij als persoon de centrale rol opeist.

Meer moeite heb ik, en daarin sta ik niet alleen gezien de problemen die het Dickens een tijdje heeft opgeleverd, met zijn karikatuur van de in- en in slechte Fagin. Een Joodse man en Dickens gebruikt alle vooroordelen om een karikatuur van hem te maken, inclusief neuslengte en achterbaksheid. Niet fraai, in een latere fase van zijn leven heeft Dickens er behoorlijk wat voor moeten doen om van die smet af te komen.

Een ander minpunt is dat Dickens af en toe teruggrijpt naar de kolderieke stijl van Pickwick Papers. Het is gelukkig een enkele uitzondering, maar juist dat benadrukt dat Dickens in een paar jaar tijd wel een enorme ontwikkeling als schrijver heeft doorgemaakt.

Sterke punten

Dat zijn er veel, veel meer dan de minpunten. Het verhaal is ijzersterk, meeslepend van begin tot eind. Aan het begin is het vooral een aanklacht tegen de Engelse maatschappij, later verandert het karakter meer naar een mysterieus verhaal met suspense en thrillerachtige elementen. Eentonig is het bepaald niet.

De stijl is fantastisch. Vrijwel elke zin is raak, de beschrijvingen van de achterbuurten zijn levendig, hier kan hij dus uit eigen ervaring putten.

“Bouwvallige balkons aan de achterzijde van een handjevol huizen, met gaten erin waardoorheen je naar de drek eronder kunt kijken; gebroken ramen waaruit stokken steken om het wasgoed dat er nooit is aan te drogen.”

Dickens zet dat tegenover het enorme contrast met het idyllische leven op het platteland. Het is goed voorstelbaar dat die contrasten inderdaad zo groot waren.

Ook in de passages, vaak de meer beschouwelijke, waarin Dickens zich min of meer rechtstreeks tot de lezer wendt zijn zeer de moeite waard.
Verder zijn de subtiele vooruitwijzingen, die je vaak pas bij tweede lezing opvallen, de moeite van het vermelden waard.

Humor

Je zou het niet direct verwachten, maar het sterkste aan Oliver Twist is misschien wel de humor. Die is er in allerlei vormen, ironie, sarcasme, zwartgallig en morbide, en situationeel. Een voorbeeld van dat laatste is het belachelijke huwelijk tussen de gemeentebode Bumble  en de armenmoeder. Twee slechte karakters, corrupt, inhalig, gierig en pedant. Allebei denken ze er beter van te worden, het leidt tot hun ondergang.

Een paar voorbeelden, waarin Dickens de spot drijft met instanties en tegelijk de ellendige omstandigheden van Oliver beschrijft:

“Dan stelden zij (kerkbestuur, JK) alle armen voor de keuze om langzaam van de honger dood te gaan in het huis, of snel erbuiten.”

Dit gaat over een bezuinigingsmaatregel van het kerkbestuur met hun dikke buiken waarmee zij de voedselrantsoenen terugbrachten tot uithongeringsomvang, terwijl zij zich vol vraten.

“Bij de indrukwekkende aanblik van een kom pap en een stukje brood begon Oliver erbarmelijk te huilen, in de niet-onlogische veronderstelling dat het bestuur had besloten hem te doden voor een of ander nuttig doel, anders zouden ze hem toch nooit op die manier vetmesten.”

Wat een bittere, treffende ironie!

In Oliver Twist, zijn tweede boek, laat Dickens zien dat zijn kwaliteiten als schrijver een grote sprong voorwaarts hebben gemaakt. Het is al vaker gezegd, voor een schrijver is een ellendige jeugd een welhaast onuitputtelijke bron. En dan te bedenken dat dit niet eens als zijn beste werk wordt gezien, wat een heerlijk vooruitzicht!

Oliver Twist
Charles Dickens
Literatuur
L.J. Veen Klassiek
2008 (oorspronkelijk 1838)
Paperback
495
Eugène Dabekaussen, Tilly Maters
9789020409093
Share

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.