De hoogstapelaar – Wessel te Gussinklo

De hoogstapelaar
Ewout Meyster #3
Wessel te Gussinklo
Roman
NBC-Koppernik
2019
Paperback
372
9789492313638

Egon Schiele- Selbstbildnis

Ewout: ouder maar niet wijzer

Een Hochstapler is een Duits woord: een leugenachtige opschepper. Iemand die meer wil schijnen dan hij is. In het Nederlands is het hoogstapelaar, een nauwelijks bekend woord maar waarvan de betekenis uitstekend van toepassing is op Ewout Meyster. Na De verboden tuin en De opdracht is De hoogstapelaar het derde boek van Wessel te Gussinklo met deze persoon in de hoofdrol.

Hij is nog steeds dezelfde, deze Ewout Meyster. Ouder geworden, inmiddels zeventien, maar veel heeft hij niet opgestoken van hetgeen tot dan allemaal is mislukt in zijn leven. Als jochie slaagde hij er uitstekend in om in een isolement te geraken, lees De verboden tuin. Een paar jaar later wil hij gloriëren op een zomerkamp en ook dat gaat magistraal fout, lees De opdracht. Inmiddels is hij erin geslaagd om als middelbare scholier te mislukken; van school gestuurd, en geen internaat wil hem meer hebben. Wat wil je, als hij de directeur van zo’n instelling terecht wijst met de woorden:

“Als ik spreek, heeft u uw mond te houden.”

Misplaatste superioriteit

Ewout geeft de moed niet op. Er zijn altijd wel weer leeftijdgenoten te vinden die, meestal kortstondig, tegen hem opkijken. Eigenlijk is dat onbegrijpelijk, want hij kijkt op hen neer en laat geen kans onbenut om zijn veronderstelde superioriteit ten opzichte van hen te etaleren. Sommigen mogen bij hem op audiëntie en Ewout vertelt ze dan wel even wat ervoor nodig is om over te komen als een gezaghebbend persoon. Zelfs aan een terugwijkende kin, in zijn ogen een manifestatie van zwakheid, valt wel wat te doen.

Natuurlijk moet hij zijn grootsheid ook tonen, het kan niet bij woorden blijven. Zo gaat hij in het eerste deel met een aantal ”vrienden” naar een jazzkelder. Eigenlijk zijn ze nog te jong, want nog geen achttien, maar het lukt ze om binnen te komen. En natuurlijk probeert Ewout daar de show te stelen. Een paar andere aanwezige jongens moeten het verbaal ontgelden. Dat komt hem later duur te staan.
Met de uitbater probeert hij op voet van gelijkheid te komen door te doen alsof hij Sartre en Camus volledig doorgrondt. Hij maakt zich belachelijk.

Het verloopt voorspelbaar, telkens weer. Het gaat niet zoals hij zich had voorgenomen en had ingebeeld en hij belandt vervolgens in een staat van neerslachtigheid die dagen aanhoudt. En dan begint alles weer opnieuw.

Weer die tegenstrijdige gevoelens

Wat nou te denken van deze vreemde vogel? Een zeldzaam moment van zelfreflectie:

“Niets kon hij, geen diploma bezat hij, alleen houding was het wat hij deed, gedrag, bluffen en snoeven, en daarachter zat niets; lucht, leegte was daarachter.”

Dat zijn de momenten waarop je nog iets van sympathie voor hem kunt voelen. Vaker laveren de gevoelens tussen lachwekkend en mateloos irritant.

Lachwekkend als hij zich weer eens vreselijk aanstelt met zijn zogenaamde kennis; koketteren met Sartre terwijl hij hooguit enkele citaten tot zich neemt, helemaal lezen is te veel gevraagd.
Irritant als hij zijn leeftijdgenoten weer eens de les leest, wat ze zich gek genoeg maar laten aanleunen. Leeftijdgenoten die hij harder nodig heeft dan zij hem, al was het maar om zich superieur te kunnen voelen.
En hij is nog steeds onbeholpen en lomp tegenover meisjes, zoals in de voorgaande boeken. In De hoogstapelaar denkt hij meisjes te kunnen versieren door ze met de fiets klem te rijden en ze op hoge toon mee uit te vragen.

Hoe dan ook is het knap dat Wessel te Gussinklo er weer in slaagt om tegenstrijdige gevoelens op te roepen over deze figuur.

Herkenbaar en zichzelf herhalend

Ook in andere opzichten borduurt dit boek voort op de voorgangers. De stijl is weer vrij stug, met opvallend geconstrueerde zinnen vol komma’s, haakjes, soms dubbel en driedubbel, en tussenzinnen gescheiden door aandachtsstreepjes. Het illustreert wel goed de gedachtenstroom van de hoofdpersoon. Het taalgebruik doet soms nogal ouderwets aan, maar past ook wel bij een verhaal dat zich in de guldentijd afspeelt en waarin roken een uiting van stoerheid is.

De hoogstapelaar sluit naadloos aan op de vorige boeken over Ewout Meyster. Hij is weinig veranderd, doet nog steeds vreemde dingen en is in veel opzichten een sociale stoethaspel. Enerzijds een feest van herkenning, maar, en dat is dan ook de enige kritiek, het wordt zo zoetjesaan wel een tikje voorspelbaar.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit:
Spring naar toolbar