De moeder de vrouw – Martinus Nijhoff

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in ’t gras, mijn thee gedronken
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd-
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.

Lees verderDe moeder de vrouw – Martinus Nijhoff

The Chaos – Charivarius

Wie denkt dat de uitspraak van Engels logisch is: lees hardop en vergelijk met het fragment, zie link onderaan

Dearest creature in creation,
Study English pronunciation.
I will teach you in my verse
Sounds like corpse, corps, horse, and worse.
I will keep you, Suzy, busy,
Make your head with heat grow dizzy.
Tear in eye, your dress will tear.
So shall I! Oh hear my prayer.

Lees verderThe Chaos – Charivarius

Kinderspel – Erik Menkveld

Met stok in vuist vanonder kinderkin
het benarde klankkastje uitgesleurd
door de ƒ-gaten deze snikhete
muziekschoolvoorspeelavond in – ach
heel wat zachtzinniger tevoorschijn
gestreken kan je sarabande zeker, Bach.

Maar hoe verfomfaaid ook, hoe heelhuids
allerminst en op het scherpst bevochten –
onverdrotener reddeloos en vlijmender
dan in dit vuurrode optredentje
kun je nauwelijks klinken…

Het leven – Rodaan al Galidi

‘s Ochtends zie ik het leven
naast mijn bed.
Ik verwelkom haar.
Ze zegt: ik ben geen bezoeker.
Ik denk: in welke tijd praat ik met haar?
Ik sta op, zij staat op.
Ik loop, zij loopt.
Wil ze uitgelaten worden? Ze zegt:
ik ben geen hond.
Niet om over mezelf te vertellen
ben ik bij jou,
maar om geleefd te worden.
In de drukte raak ik haar kwijt, maar als ik
terugkeer,
zie ik haar
naast mijn bed.
Was het prettig voor haar? Dat ze
even alleen was?
Ik blader door haar om haar te lezen.
Ze zegt: ik ben geen woorden.
Ben je dan de slaap?
Ik hoor het woord
‘misschien’,
doe het licht uit,
laat mijn lichaam bij haar
en vertrek

De rotonde – Mark Boog

Voorlopig zit hij hier. Er is nog tijd,
en eerst moet de vermoeidheid zakken.
Anders zal het kruispunt net te ver zijn,
of hij zal, versuft, tegen te lage prijs

zijn lieve ziel verkopen. Kort geluk,
één hete nacht: te weinig. Slechts een eeuwig
vuur voldoet. Ziedaar: een andere
Van Dam. Een verre donderslag stemt in.

Collega’s, vrienden, onbekenden zelfs:
ze staan versteld. Geen vrouw zal hem negeren,
niemand wijst hem af. Hij is een felle
gloeilamp, al het andere is muggen.

Hij ziet het land.
Hij buigt het hoofd.
Het onweert in de verte

Februarizon – Paul Rodenko

Weer gaat de wereld als een meisjeskamer open
het straatgebeuren zeilt uit witte verten aan
arbeiders bouwen met aluinen handen aan
een raamloos huis van trappen en piano’s.
De populieren werpen met een schoolse nijging
elkaar een bal vol vogelstemmen toe
en héél hoog schildert een onzichtbaar vliegtuig
helblauwe bloemen op helblauwe zijde.

De zon speelt aan mijn voeten als een ernstig kind.
Ik draag het donzen masker van de eerste lentewind

Misverstand 3 – Charles Ducal

Mijn vrouw is getrouwd met een dichter,
al had zij de zaak heel anders gepland.
Zij dacht aan een vader, een minnaar, een man.
Hij schrijft. Verder zijn er geen plichten.

En zelden is meer dan zijn lijf in bed,
mager en bleek in zijn eenzaam verlangen.
Soms staat hij op om een woord te vervangen,
verandert ‘geliefde’ b.v. in ‘slet’;

en likt zich de lippen, zelfvoldaan.
In gemeenschap wordt niets ondernomen.
Wel mompelt de vrouw af en toe in haar dromen,
ontregelde praat, door geen mens te verstaan.

Bron en analyse: http://klassiekegedichten.net/archief/klas193.html

De laatste bevindingen – Rutger Kopland

Er waren zoals we dachten te weten twee werelden –
de echte en die andere

dit onderscheid is onlangs bij nader onderzoek
een overbodige illusie gebleken: deskundigen
hebben in menselijke hersenen gezocht
en geen verschillen gehoord of gezien

integendeel, wat zij vonden was met geen pen
te beschrijven, zo ongelooflijk eenvoudig
zo mooi

zij noteerden:

‘De nacht viel in de ramen van ons instituut,
maanlicht streek over de jonge borsten
van onze vrouwelijke proefpersoon

en ja, de door haar hersencellen aangedreven apparaten
zuchtten en in onze microscopen zagen we
in haar moleculen melkwegen van verlangen.

Wij zoeken nog koortsachtig naar formules.’

Aldus enkele opgetogen, onbedoeld lyrische citaten
uit hun verslag

Bron en analyse: http://klassiekegedichten.net/archief/klas195.html

Spring naar toolbar